header header
WAT IS NIEUW?

Het selectief behandelen van klinische mastitis tijdens de lactatie is de volgende stap in het optimaliseren van uw uiergezondheidsstrategie en het verantwoord inzetten van antibiotica. Die stap is nu mogelijk door de introductie van een eerste keus injector voor klinische mastitis en een bacteriologische sneltest die u op uw eigen bedrijf kunt inzetten om mastitisverwekkers te identificeren.

Afwijkende melk = ernst en mastitisverwekker bepalen
Een absolute voorwaarde voor een selectieve behandeling van klinische mastitis is het bepalen van de ernst en de mastitisverwekker. Bij een selectieve aanpak krijgen alleen koeien met ernstige symptomen direct een breedspectrumtherapie, al dan niet in combinatie met pijnbestrijding. Bij milde en matige gevallen onderzoekt u de mastitisverwekker met een sneltest op uw bedrijf of via het lab van uw dierenarts. Vervolgens stemt u samen met uw dierenarts de aanpak hier gericht op af.

WAAROM ZOU IK HET DOEN?

Voor betere uiergezondheid
Steeds betere uiergezondheid en betere genezing en steeds beter en minder antibioticagebruik. Zo omschrijft GD-directeur Diergezondheid, hoogleraar en dierenarts Ynte Schukken de grote winst van een selectieve aanpak van mastitis. "We gaan nu voor het eerst op bedrijfsniveau een bewuste inschatting maken van het mastitisprofiel. De tijd is er rijp voor".


Ynte Schukken

Verantwoorde inzet antibiotica
Het selectief aanpakken van klinische mastitis draagt bij aan een verantwoorde inzet van antibiotica. U stelt uzelf bij ieder mastitisgeval de vraag of de koe gebaat is bij behandelen en zo ja, met welke therapie en met welke behandelduur. U krijgt met deze nieuwe benadering de mogelijkheid om samen met uw dierenarts te werken aan een goede en verantwoorde uiergezondheid op uw bedrijf.


melkrobot

Verschillende mastitispathogenen
Bacteriële infecties kunnen worden veroorzaakt door gramnegatieve of grampositieve bacteriën. Het onderscheid is belangrijk omdat gramnegatieve bacteriën een extra membraam hebben die ze ongevoelig maakt voor sommige antibiotica en een bron is van (endo)toxinen.


 Grampositief
  • Staphylococcus aureus (SAU)
  • Coagulase negatieve staphylococcen (CNS)
  • Streptococcus agalactiae (SAG)
  • Streptococcus dysgalactiae (SDY)
  • Streptococcus uberis (SUB)
  • ß-haemolytische streptokokken (SHE)
  • Corynebacterium spp. (COR)
  • Trueperella pyogenes (TPY)
 Gramnegatief
  • Coliformen (ECO/EKO)
  • Enterococcus spp
  • Klebsiella (KLP of KOX)
  • Pseudomonas aeruginosa (PSA)
  • Serratia marcescens
HOE WERKT HET?

Een protocollaire aanpak van de klinische mastitis op uw bedrijf: daar draait het om bij het Mastitis Maatwerk Protocol (MMP). Het MMP gaat uit van een pathogeenspecifieke benadering van klinische mastitis. U stemt uw aanpak af op grampositieve en gramnegatieve mastitisverwekkers en kijkt daarbij niet alleen naar klinische maar vooral ook naar bacteriologische genezing. Zo krijgt en houdt u de uiergezondheid op uw melkveebedrijf op een hoog niveau.

Mastitis Maatwerk Protocol

Stap 1 - Ernst mastitis bepalen

Zodra u afwijkingen in de melk vindt, bepaalt u eerst de ernst van de mastitis. U scoort de afwijking op een 1e graad (afwijkende melk), 2e graad (afwijkende melk en uier) of 3e graad (afwijkende melk, uier en koe). Is er sprake van bijvoorbeeld koorts, verminderde eetlust of diarree (graad 3) dan is het welzijn van de koe in het geding en heeft directe behandeling volgens uw behandelprotocol de voorkeur. Bij de mildere varianten van klinische mastitis gaat u verder volgens het MMP. In deze video ziet u hoe u de mastitis scoort.

video melkmonster

Stap 2 - Pathogeen vaststellen

Voor het bepalen van de mastitisverwekker kunt u gebruik maken van een boerderij-sneltest of het lab van uw dierenartsenpraktijk.

Steriele melkmonsters
Voor een betrouwbare uitslag is het steriel nemen van melkmonsters essentieel. Ga daarom altijd hygiënisch en stapsgewijs te werk. Zo weet u zeker dat uw melkmonsters geschikt zijn als basis voor het bepalen van de aanwezige pathogeen. In deze video ziet u hoe u op de juiste manier melkmonsters neemt.

video sneltest

Boerderij-sneltesten - bebroeden
Met een boerderij-sneltest kunt u de genomen monsters zelf bebroeden en al binnen 6 uur de eerste resultaten aflezen. Op de zogenaamde Petrifilm coliform plaatjes pipetteert u 1 ml van het melkmonster, deze spreidt u voorzichtig met een spreider. Na het stollen legt u het plaatje in een broedstoofje. Voor een betrouwbaar resultaat is het belangrijk dat u dit op een schone en rustige plek doet, waar u hygiënisch te werk kunt gaan.
In deze video ziet u wat de boerderij-sneltest inhoudt en hoe u deze op de juiste manier toepast.

Boerderij-sneltesten - aflezen
Vanaf 6 uur kunt u de eerste resultaten aflezen, na 24 uur is het definitieve resultaat zichtbaar. Het al dan niet vormen van gasbelletjes rondom de bacteriekolonies, bevestigt de aan- of afwezigheid van gramnegatieve (coli-achtige) bacteriën. Met behulp van dit interpretatieformulier kunt u de uitslag aflezen.

uier

Stap 3 - Therapie bepalen

Op basis van de uitkomst van het bacteriologische onderzoek (grampositief, gramnegatief of geen pathogeen gevonden), de koehistorie en het bedrijfsbehandelplan bepaalt u in overleg met uw dierenarts uw aanpak. Dat betekent dat u zich bij elk mastitisgeval de vraag stelt of de koe gebaat is bij behandelen en zo ja, met welke therapie en behandelduur.

evaluatie

Stap 4 - Evaluatie

Vijf dagen nadat u de mastitis constateerde evalueert u of er sprake is van klinische genezing (geen afwijkende melk, uier of koe meer). Vervolgens monitort u het verloop van het celgetal bij de 1e en 2e MPR na de mastitis en geeft opnieuw bacteriologisch onderzoek u definitief uitsluitsel of de koe ook bacteriologisch genezen is. Zo kunt u het resultaat van het selectief behandelen meten en uw uiergezondheidsstrategie nog verder aanscherpen.

opvolgen

Stap 5 - Opvolgen

Op basis van uw evaluatie, wel of geen klinische en/of bacteriologische genezing, beslist u met uw dierenarts over het vervolg. Gaat de koe terug naar het koppel of is een verlenging of andere therapie nodig om de mastitis te genezen? Bepaal samen met uw dierenarts de opvolging per mastitisgeval.

Contact Zoetis

Heeft u vragen over het selectief behandelen van klinische mastitis,
neem dan contact met ons op: